Bronnen Delft

E-mailadres Afdrukken PDF

Vestiging en vertrek van personen uit Delft
 
Poorteradministratie Delft 1536-1795
Het poorterschap was een burgerrecht van een stad en onder meer benodigd voor de uitoefening van bepaalde ambten en functies. Als men niet als poorter was geboren (d.w.z. dat een vader en/of moeder poorter was) kon men het poorterschap kopen, mits men langer dan vijf jaar binnen Delft woonde. Een of twee andere poorters stonden borg. De registratie van poorters is dus geen echte vestigingsadministratie. Wel werd bij de registratie steeds de herkomstplaats vermeld. De twee poorterboeken beslaan de periode 1536-1649 en 1681-1795 (Oud Archief Delft, arch.nr. 1/404 en 405).
Daarnaast komen poorterinschrijvingen over de jaren 1537-1574 voor in het eerste 'memoriaalboek' van burgemeesteren (Oud Archief Delft, arch.nr. 1/161).  

Commissarissen van de Godshuizen Delft 1677-1812
Om uiteenlopende redenen heeft de overheid willen weten wie zich binnen haar grenzen vestigde of hieruit vertrok. In Delft zijn de commissarissen van de Godshuizen al vroeg (1677) begonnen met de aanleg van een register in notulenvorm waarin de binnenkomende en soms de vertrekkende personen werden ingeschreven. Doel was vooral het voorkomen dat er teveel armlastigen en bedelaars in de stad kwamen. Wie zich in Delft wilde vestigen moest tot 1812 aan de commissarissen een akte van readmissie tonen. Dit was een verklaring van het bestuur van de plaats van herkomst dat men een vertrekkende inwoner opnieuw zou opnemen, indien hij/zij tot armoede verviel (re= opnieuw, admissie=toelating). Na het tonen van een akte van readmissie kreeg men toestemming om in de stad te komen wonen, al dan niet voor een beperkte tijd. Later werd het regel dat een nieuwkomer in geval van nood steun kreeg van de stad Delft, wat werd verhaald op de herkomstplaats.
De admissieregisters 1677-1812 met een enkele aantekening van 1818 (Oud Archief Delft, arch. nr. 1/1887) zijn geïndiceerd, samen met de registers van aankomst 1815-1855 en met het notulenregister van de Commissie op het verhuren van huizen (aan vreemdelingen, zie commissie op het verhuren van huizen).
 
Commissie op het verhuren van huizen (aan vreemdelingen) Delft 1628-1641
De commissie bestond uit een burgemeester, een charitaatmeester en een diaken. Zij hield toezicht op het verhuren van woonruimte aan niet-Delftenaren en fungeerde dus als een soort voorloper van de commissarissen van de Godshuizen. Het enige notulenregister van deze commissie, over de jaren 1628-1641, bevindt zich in het archief van de Kamer van Charitate (arch.nr. 447/1871). De index op dit register is verwerkt in die op de notulen van de commissarissen van de Godshuizen (klapper admissies).
 
Bevolkingsregistratie Delft, registers van vestiging 1815-1958 en vertrek 1853-1958
Na de Franse tijd kon het stadsbestuur geen inwoning meer weigeren. Wel werd iedere nieuwe inwoner geregistreerd in een systeem dat van 1815 tot 1855 werd bijgehouden (Bevolkingsadministratie Delft, arch.nr. 16/526-537).
De registers van aankomst 1815-1855 zijn geïndiceerd samen met de admissieregisters 1677-1812 in de klapper admissies (zie hierboven).
De registers van vestiging 1856-1958 en vertrek 1853-1958 zijn niet gemicroficheerd en kunnen in de studiezaal ter inzage aangevraagd worden. In de registers zitten indices op de eerste letter van de familienaam van het gezinshoofd. De registers van vertrek bevinden zich in het archief van de bevolkingsadministratie (arch.nr. 16/553-616; voor de indexen over de jaren 1853-1872 zie inv.nrs. 617-620; voor de registers van vestiging zie inv.nrs. 621-689). De registers van vestiging en vertrek zijn vooral handig bij een onderzoek naar personen die men niet kan traceren in het bevolkingsregister.
 
Bevolkingsregistratie Delft, bevolkingsregister 1815-1938
In het bevolkingsregister staan gegevens over Delftse inwoners, zoals hun geboorteplaats en -datum, de achtereenvolgende huisadressen binnen de gemeente, de plaatsen waar men vandaan kwam en waarheen men vertrok, het beroep, de godsdienst, de samenstelling van het gezin en eventueel een overlijdensdatum. De inleiding bij archiefnummer 16, Bevolkingsadministratie Delft, bevat meer informatie over de bestanden. Een waarschuwing voor de gegevens van het bevolkingsregister is op zijn plaats: de geboortedata en naamspellingen zijn niet altijd correct. Omdat men onder verschillende namen of geboortedata geregistreerd werd kan het gebeuren dat een persoon vaker voorkomt in de index.

Het bevolkingsregister 1815-1909 (Bevolkingsadministratie Delft, arch.nr. 16/1-295) is geïndiceerd in twee delen: 1815-1876 en 1877-1909. Inmiddels is het Gemeentearchief vergevorderd met het invoeren van de indexkaartjes in een database, die in de studiezaal raadpleegbaar is. Naast de naam en geboortedatum van de betrokkene en de naam van een eventuele partner, bevat deze toegang verwijzingen naar het deel(en) in het bevolkingsregister waar de persoon is ingeschreven. Het eerste getal verwijst naar het nummer van het register, het tweede naar de bladzijde. De registers zelf staan op microfiche. 

In de jaren 1910-1938 werd het bevolkingsregister in een losbladig systeem omgevormd. De gezinskaarten staan gemicroficheerd in de studiezaal op alfabetische volgorde van de naam van het gezinshoofd (arch.nr. 16/296-407). Om echtgenotes en inwonenden (behalve de kinderen) vindbaar te maken werd een systeem van verwijskaarten naar de gezinskaarten opgezet. Ook de verwijskaarten worden opgenomen in de genoemde database. Ook werden kaarten van alleenstaanden bijgehouden. Deze staan in het depot en kunnen in de studiezaal aangevraagd worden (arch.nr. 16/408-442).

In 1939 ging het bevolkingregister van gezinskaarten over op persoonskaarten. Hierop werd tevens aantekening gehouden van eventuele paspoortnummers, dienstplicht en rechterlijke vonnissen. De wetgever heeft de persoonskaarten daarom uitgesloten van openbaarheid, evenals het huidige geautomatiseerde systeem (Gemeentelijke Basis Administratie, GBA). Dit laatste is sinds 1994 operationeel. Voor inlichtingen uit de GBA kunt u zich wenden tot de afdeling Burgerzaken, voor inlichtingen uit de persoonskaarten kunt u (schriftelijk) terecht bij het Gemeentearchief. (Oude Delft 169, 2611 HB Delft). Inlichtingen hieruit worden alleen verstrekt aan betrokken personen zelf. De kosten voor deze dienstverlening worden jaarlijks vastgesteld. Eventuele kopieën van persoonskaarten (alleen van overledenen) kunnen besteld worden bij het Centraal Bureau voor Genealogie (zie: www.cbg.nl).
 
Lidmatenadministraties van kerkgenootschappen Delft
De meeste niet-katholieke kerken hielden een administratie bij van de lidmaten. Deze zijn terug te vinden in de archiefinventarissen van de kerkelijke gemeenten (Nederlands Hervormde gemeente, arch.nr. 445, Waals-Hervormde gemeente, arch.nr. 456, Evangelisch-Lutherse gemeente, arch.nr. 457, Remonstrants-Gereformeerde gemeente, arch.nr. 455, Gereformeerde kerk, arch.nr. 451). De lidmaten van de huidige Nederlands Hervormde gemeente van Delft zijn over een grote periode geïndiceerd. Deze administraties zijn vooral belangrijk omdat hierin ook de personen uit hogere maatschappelijke klassen werden opgenomen, die zich niet hoefden te vervoegen bij bijvoorbeeld de commissarissen van de Godshuizen. Alleen wie belijdenis van het geloof had afgelegd werd beschouwd als lidmaat van de Hervormde kerk en kreeg toegang tot het avondmaal. Wie naar elders verhuisde kreeg een attestatie mee voor de Hervormde gemeente in de nieuwe woonplaats. De attestatie bevestigde dat men lidmaat was, toegang had tot het avondmaal en beval de betrokkene aan in de zorg van de ambtsdragers van de nieuwe gemeente.
In de studiezaal bevinden zich microfiches met indices op de lidmaten van de Hervormde gemeente Delft: op de inkomende lidmaten 1657-1816 en de vertrokken lidmaten 1744-1823.
 
 
 

Laatst aangepast op donderdag 22 april 2010 10:06  
Share to Facebook Share to Twitter Share to Linkedin Share to Google 

Rondkijken bij Archief Delft

archief

Klik op de afbeelding voor een panoramafoto (360 graden)