Akten van readmissie Hof van Delft ca. 1731-1810
Tot in de achttiende eeuw zorgde de Kamer van Charitate te Delft voor de ondersteuning van armen binnen de ambachtsheerlijkheden. De armen die met een akte van readmissie naar Hof van Delft of Vrijenban kwamen, moesten zich melden bij de Kamer. Na een conflict met de Kamer richtten de ambachten in 1756 hun eigen armenzorgorganisatie op, en meldden nieuwe inwoners zich in het vervolg bij het gerecht van de heerlijkheid waarbinnen zij gingen wonen. Deze gerechten verstrekten eventueel ook akten van readmissie (ook wel genaamd 'indemniteit': een verklaring dat iemand in een nieuwe woonplaats niet ten laste van de diakonie of burgerlijke armenzorg kwam te vallen) aan vertrekkende inwoners. De akten van readmissie uit de plaatsen van herkomst zijn gedateerd door de locale besturen die deze stukken afgaven. Dat houdt in dat iemand aan de hand van een akte van readmissie van 1730 in 1760 bij het gerecht van Hof van Delft om admissie kon vragen. Toen de heerlijkheden na de Franse tijd zelfstandige gemeenten werden, namen de besturen deze taak over. De akten van indemniteit en readmissie van Hof van Delft ca. 1731-1810 (arch.nr. 151/132-137) zijn geïndiceerd.
Bevolkingsregistratie Hof van Delft, registers van vestiging 1886-1920 en vertrek 1886-1892, 1897-1920
De registers van vestiging van Hof van Delft 1886-1920 en de registers van vertrek 1886-1892, 1897-1920 zijn niet geklapperd en gemicroficeerd. De originelen kunnen in de studiezaal worden aangevraagd en ingezien (arch.nr. 152/1029-1043).
Bevolkingsregistratie Hof van Delft, bevolkingsregister 1820-1920
De bevolkingsregisters van Hof van Delft 1850-1920 (arch.nr. 152/991-1026) zijn op dezelfde wijze geïndiceerd als dat van Delft, alleen zijn hier de indexkaartjes gemicroficheerd. Ook de bevolkingsregisters zijn gemicroficheerd en ter inzage in de studiezaal van het Gemeentearchief.













