Aanwinst: interieurs atelier Ouboter van der Griendt

Het atelier van de kunstenaar. Twee studies door Cornelis Ouboter van der Griendt (1797-1868)

Afgelopen jaar verwierf Archief Delft via kunsthandelaar Mireille Mosler (New York) twee negentiende eeuwse interieurstudies van het atelier van een Delftse kunstenaar: Cornelis Ouboter van der Griendt.  De precieze locatie van het atelier is bekend:  Wijk 6 nr. 303, ofwel Voorstraat 68. Bijzonder is dat de twee studies niet alleen exact gedateerd zijn maar tezamen tot in detail weergeven hoe het interieur van het atelier in (bijna) twee jaar veranderde en wat het zelfde bleef…

De studies zijn gemaakt in het atelier van Cornelis Ouboter van der Griendt (1797- 1868) aan de Voorstraat, toen nog aangeduid met Wijk 6 nummer 303, zoals op beide tekeningen is vermeld. Ook zijn de twee interieurstudies beide voorzien van een heel precieze datering: resp.  22 juni 1851 en 5 mei 1853. 

Het atelier van Cornelis  Ouboter van der Griendt, 22 juni 1851
Het atelier van Cornelis Ouboter van der Griendt, 22 juni 1851 (inv. nr. 220899)
achterzijde van de tekening uit 1851: twee studies
achterzijde van inv. nr. 220899: twee studies (tekening gedraaid)

 

De eerste studie is getekend op 22 juni 1851. De achterkant van dit blad bevat nog een studie van een hond en van een klassiek beeldhouwwerk.

 

 

 

 

 

 

 De beide tekeningen zijn weliswaar niet gesigneerd door de maker maar worden toegeschreven aan de kunstenaar die toen op dat adres aan de Voorstraat woonde en werkte: Cornelis Ouboter van der Griendt.

 

 

 

 

 

Cornelis Ouboter van der Griendt

54164_uitsnede Voorstraat 68
Voorstraat 68, omstreeks 1914 (inv. nr. 54164, uitsnede)

Voordat Cornelis Ouboter van der Grien(d)t het huis aan de Voorstraat betrok, woonde hij met zijn gezin op de Koornmarkt nummer 93. Hij had een aanstelling als tekenmeester bij de stadstekenschool voor ambachtslieden, die in 1828 was opgericht. Van een aangetrouwde oom nam Cornelis de achternaam Ouboter over als tweede voornaam. De toevoeging Ouboter onderscheidt de vader van de signatuur van zijn zoon Cornelis (1827-1918), die als kunstenaar in zijn voetsporen trad. Van beide kunstenaars heeft Archief Delft werken in de beeldcollectie.

 

 

 

 

De twee interieurstudies zijn vanuit dezelfde kant van de kamer gemaakt, maar vanuit een niet iets verschillende hoek.  Vermoedelijk bevindt het raam van het atelier zich ‘achter’ de toeschouwer.  Centraal in het midden staat onmiskenbaar dezelfde tafel met hetzelfde tafelkleed, rechts zien we op beide tekeningen de geopende deur met een ingelijst portret.

Hoewel de aankleding van de ruimte in de loop van bijna twee jaar aanzienlijk is veranderd, zijn naast de tafel en de deur met het portret ook andere elementen op beide tekeningen toch duidelijk te herkennen, zoals de twee grote kasten rechts en middenachter en linksachter de gekruisigde Jezus. Op en aan de kasten zijn snuisterijen te zien die niet ongebruikelijk waren voor een atelier: een kaststel, diverse potten en flessen en verschillende dierenschedels en -skeletten. Aan de wand en op de grond zijn ingelijste werken geplaatst. Gek genoeg zijn er behalve de ezel links geen schilderattributen of tekenspullen te zien. Is dit omdat ze in de kast zijn opgeborgen of waren deze bij het raam geplaatst, de plek van waaruit we het tafereel bezien?

Het zelfde atelier aan de Voorstraat, 5 mei 1853 (inv.nr. 220900)

 

Op de tweede tekening is het kaststel verplaatst naar de linker kast en is rechts een in het oog springend zeventiende eeuws portret aan de verzameling toegevoegd.

Het geweer dat eerst nog prominent aan de muur hing is hier verdwenen. Een curieuze verschijning op de tweede tekening is het stel ringen aan het plafond.

De combinatie van de twee studies geeft een boeiend inkijkje in het atelier van de kunstenaar en hoezeer dit aan verandering onderhevig was.

Studies na lange reis weer terug in Delft

De tekeningen bevatten het verzamelaarsteken van Hans van Leeuwen (1911-2010).

verzamelaarsteken Hans van Leeuwen
verzamelaarsteken Hans van Leeuwen

Van Leeuwen was van 1947 tot 1960 manager van het concertgebouworkest en later directeur van het Utrechts symphonieorkest. Vanaf 1948 bouwde hij een indrukwekkende kunstcollectie op van voornamelijk werken op papier uit de Nederlanden. In het begin richtte hij zich op de minder in aanzien staande werken uit de achttiende en negentiende eeuw, een periode waarvan hij de muziek ook het beste kende. Later breidde hij deze uit met vroegere werken. De collectie werd in twee delen geveild, in 1992 en 1999. Op de tweede veiling werden deze twee interieurstudies verkocht waarna ze naar de Verenigde Staten verhuisden.

De New Yorkse kunsthandelaar Mireille Mosler nam eind 2015 contact op met het archief; de huidige eigenaar wilde graag dat de tekeningen weer naar Delft gingen. Sinds juni zijn de tekeningen weer terug in de stad waar ze vervaardigd werden en zullen ze optimaal geconserveerd worden in een geklimatiseerd depot. Dat zal verzamelaar Van Leeuwen behaagd hebben, want zijn grootste gruwel was dat een nieuwe eigenaar bladen uit zijn collectie zomaar aan de muur zou hangen.

 

Annika Hendriksen, Conservator Beeld en Geluid Archief Delft

Dit is een bewerkte en uitgebreide versie van een artikel dat eerder in  het tijdschrift Delf verscheen.